Alle geregistreerde NOAG-therapeuten, zowel A als B, ontvangen jaarlijks een officieel NOAG-praktijklicentie en hebben recht op het voeren van het NOAG-muurschildje en het zich mogen noemen van NOAG-natuurgeneeskundig therapeut afhankelijk van het type van inschrijving. NOAG-register A en B Het NOAG maakt onderscheid tussen artsen en therapeuten welke gemiddeld meer dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of volledig geschoold zijn, en therapeuten welke gemiddeld minder dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of nog niet volledig geschoold zijn. NOAG-therapeuten kunnen tussentijds, indien daar aanleiding toe is, door het NOAG-bestuur in het andere register worden gerangschikt of geheel worden uitgeschreven. Het NOAG-bestuur is geen verantwoording verschuldigd aan de NOAG-therapeut. De NOAG-therapeut of uitgeschreven therapeut kan deze kwestie voorleggen aan de commissie van tuchtrechtspraak, zoals geregeld in het NOAG-tuchtreglement. De NOAG maakt onderscheid in het NOAG-register en de NOAG-praktijklicentie A en B: |
| NOAG-praktijklicentie De belangrijkste specialisaties van de bij de NOAG aangesloten geneeskundigen worden aangegeven in de NOAG-praktijklicentie. Deze dient in de praktijkruimte van de NOAG-therapeut duidelijk aanwezig te zijn. Kwaliteitsgarantie Een NOAG-praktijklicentie is - binnen het raam van de huidige wettelijke en praktische mogelijkheden - een zekere kwaliteitsgarantie. Niet voldoende deskundige en dubieuze hulpverleners - maar ook reguliere geneeskundigen zonder natuurgeneeskundige beroepsopleiding - mogen geen NOAG-praktijklicentie voeren. De gelicentieerde NOAG-therapeuten moeten onder meer herkenbaar zijn aan het NOAG-muurschildje en de NOAG-praktijklicentie. |