Beroepsmoraal en discipline Om patiƫnt en overheid een stand van kundige en bekwame natuurgeneeskundigen van behoorlijk maatschappelijk gedrag en beroepsmoraal te kunnen presenteren, is de "NOAG-beroepscode" vastgesteld. Door in het openbaar de NOAG-beroepseed af te leggen, verplicht elke natuurgeneeskundige uit het NOAG-register zich alle bepalingen van deze NOAG-beroepscode, zoals de geheimhoudingspicht, in acht te nemen. Daardoor hebben de patiƫnten in een jaarlijks door de NOAG verleende praktijklicentie een garantie voor betrouwbaarheid en bekwaamheid. Om kwakzalverij, beunhazerij en andere kwalijke praktijken te bestrijden, heeft de NOAG een tuchtreglement ingesteld. Inschrijving in het NOAG-register zal dan ook garant staan voor een bekwaam therapeut. Inschrijving In het NOAG-register A of B kunnen natuurlijke personen worden ingeschreven die voldoen aan de door het NOAG-bestuur vastgestelde voorwaarden m.b.t. de vereiste vooropleiding(en). Deze voorwaarden kunnen zijn het met goed gevolg hebben voltooid van een door de NOAG als gekwalificeerd erkende opleiding en/of over voldoende kennis te bezitten op het gebied van de natuurlijke geneeskunde en/of verwante geneeswijzen, en deze ook als zodanig uit te oefenen. Bij twijfel over ervaring, opleiding(en) en/of diploma('s) kan het NOAG-bestuur een eigen schriftelijke en/of mondelinge toets van bekwaamheid laten afleggen als bewijs van deskundigheid. Criteria Eisen die het bestuur van de NOAG stelt voor NOAG-registratie en het afgeven van de NOAG-praktijklicentie zijn: - Voldoende medische kennis en praktisch inzicht. - Voldoende kennis en vaardigheid in de eigen discipline. - Een juiste algemene vorming. - Volledige integriteit. - Het zich houden aan de Nederlandse Wetten, de normen en waarden van de NOAG, zich niet onttrekken aan de rechten en plichten van de NOAG en zich gedragen zoals een natuurgeneeskundige betaamt. NOAG-register A en B Het NOAG maakt onderscheid tussen artsen en therapeuten welke gemiddeld meer dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of volledig geschoold zijn, en therapeuten welke gemiddeld minder dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of nog niet volledig geschoold zijn. De NOAG maakt onderscheid in het NOAG-register en de NOAG-praktijklicentie A en B: NOAG-natuurgeneeskundig therapeut met NOAG-praktijklicentie A Artsen en therapeuten welke gemiddeld meer dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of volledig geschoold zijn, worden in het NOAG-register A ingeschreven en ontvangen tevens NOAG-praktijklicentie A. NOAG-therapeut met NOAG-praktijklicentie B Therapeuten welke gemiddeld minder dan 20 uur per week hun praktijk uitoefenen en/of nog niet volledig geschoold zijn, worden in het NOAG-register B ingeschreven en ontvangen tevens NOAG-praktijklicentie B. Na voldoende aanvullende scholing kan men in het register A worden opgenomen. |